Sonntag, 8. Januar 2012

Eskimo’s als slachtoffers der bontmode


“…Veel belangrijker dan voor verarmde Europese boeren zijn de pelsfarms voor de Eskimo’s, die door het afslachten van miljoenen zeehonden door het ergste gevaar werden bedreigd. De vraag naar zeehondenvel beroofde hen van hun vlees- en vetbronnen, de leveranciers van hun kleding, hun bootbespanning en hun lampolie. De Eskimo’s zijn misschien door de pelzenfokkerij nog te redden: wanneer door aanfok de edelpelzen goedkoper worden, dan moet dat Zijn invloed hebben op de zeehondenvangst in New Foundland en Alaska.
ESKIMO is het Algonquin-woord voor “rauwvlees-eter”; zelf noemen zijn zich “innuit”, mensen.
En duizenden jaren waren zij de enige mensen in de streek binnen de poolcirkel van de Amerikaanse noordkust, van Groenland tot zuidelijk Alaska. Zij hadden daar hun eigen, vijfduizend jaar ode, hoog-ontwikkelde “Thulecultuur”, toen zij met de blanken in aanraking kwamen op hetzelfde ogenblik dat de Indianen pelsjagers leerden kennen. Want evenals het uiterste Oosten werd ook het uiterste Westen van het Amerikaanse kontinent omwille van de pels doorvorst. Vitus Bering, maar wie de Bering Zee genoemd is, ondernam in 1728 zijn Kamtschatka-expeditie op visotters en pelsrobben, en toen hij in 1741 aan scheurbuik stierf, werd Gerassim Pribylow door de Russische regering uitgezonden om de plaatsen te vinden, waar de pels-zeehonden hun jongen ter wereld brengen. Hij vond ze, en naar hem heten de eilanden die nog heden de beste seals leveren, de Pribilofs…
Hoe belangrijk dat alles ook geweest is om de vondsten aan mineralen, om de strategische mogelijkheden, om de winsten die generaties van handelaren uit robbenpelzen haalden, de Eskimo’s betaalden deze “vooruitgang” met hun cultuur, tenslotte met hun leven. 141,6 miljoen dollar brachten Alaska’s pelzen tussen 1867 en 1938 op. Maar de onderzoeker Knud Rasmussen vond daarvoor ook tal van verlaten ruïnes, honderden vervallen nederzettingen. En toen de pelsrobben – die zich van de andere zeehonden onderscheiden, doordat zij onder de lange haren van un huid nog een dichte, dunharige pels hebben, die na uittrekken van de buitenste haren “sealskin” geeft – niet meer voldoende waren, verwerkte men ook nog andere soorten. Tenslotte vonden de dieren op de Koerillen al even weinig rust als in de Bering Zee en op de Vuurland-eilanden; en vooral in New Foundland werden zij in steeds grote hoeveelheden omgebracht…”

(Einde van dit uittreksel)

Uit: Anton ZISCHKA „ Vijfduizend jaar KLEDINGZORGEN“
Pelshandelaren ontsluiten het Poolgebied blz.34-35
Indianen en Eskimo’s als slachtoffers der bontmode

2 Zuschriften:

  1. De eskimo's zien er schattig uit, jammer dat ze het slachtoffer zijn van de bontmode
    liefs Annick

    AntwortenLöschen
  2. Jammer genoeg zijn er altijd negatieve kanten aan een modeverschijnsel...

    Een fijne week gewenst
    liefs en knuffeltjes
    Nancy x

    AntwortenLöschen