De hemel is het helderst in koude winternachten. Dan ook kunnen de zwakkere sterren in groter aantal worden waargenomen. De zorgvuldige waarnemer kan dan ook de zwakkere sterren en nevels opzoeken. De wintersterrenbeelden bevatten de helderste en gemakkelijkst herkenbare beelden. Acht sterren van 1e magnitude zijn zichtbaar ’s avonds in januari en dat aantal loopt op tot elf in de vroege lente.De waarnemer van zwakke sterren moet zich aanpassen aan de duisternis. U zult 5 à 10 minuten nodig hebben na het waarnemen van een heldere ster, alvorens U weer een zwakkere zult onderscheiden. Gebruik eerst uw sterrenkaart en doe nadien uw waarneming. Gebruikt U een zaklamp, overtrekt ze let rood cellofaanpapier of doodgewoon met een dun stukje papier, zodat ze minder licht geeft. Een andere raadgeving, die U kunt volgen bij het waarnemen van zwakkere sterren, is onze blik te richten op een punt, even naast de ster. Ons oog is namelijk buiten het centrum van het gezichtsveld gevoeliger dan daar in.
De wintersterrenbeelden zijn gekarakteriseerd door Orion, de Jager, die volgens de Griekse mythologie beweerde dat geen enkel dier hem kon overwinnen. Jupiter stuurde de Schorpioen op hem af; deze beet hem in de hiel en doodde hem. Toen Orion in de hemel werd geplaatst, met zijn twee jachthonden en de door hem gejaagde haas toen werd de Schorpioen, die hem beet, eveneens als sterrenbeeld vereeuwigd doch aan de overkant van de hemel geplaatst.
De winterse hemel bevat nog Taurus (Stier) en de Pleiaden (Zevengesternte).
Gebruik Orion, zo helder en gemakkelijk vindbaar, als sleutel tijdens de winternachten. De “gordel van Orion” kan in beide richtingen als richtingswijzer worden gebruikt. Naar het noordwesten wijst hij naar Aldebaran in Taurus, de Stier en naar de Pleiaden.
In de andere richting wijst hij naar Sirius van Canis Major (Grote Hond). Sirius, Procyon (Kleine Hond) en Betelgeuze in Orion vormen een driehoek met zijden van 25 graden. Ten zuiden van Orion ligt Lepus, de Haas. En nog 15 graden zuidelijker ligt Columba, de Duif.
Een lijn vanaf Rigel naar Betelgeuze loopt in de richting van Gemini, de Tweelingen.
Sterrennamen zoals Betelgeuze, Aldebaran en Rigel in de wintersterrenhemel zijn werkelijke Arabische sterrenkundige bijdragen van de 8e tot de 12e eeuw. De Grieken, de Romeinen en hun West-Europese afstammelingen gaven namen aan de sterrenbeelden in aansluiting met de Griekse en Romeinse mythologie. Sommige sterren kregen ook Latijnse namen. De meeste gedachten, ontwikkeld door vroegere astronomen, werden verworpen daar ze onjuist bleken. Maar de namen van de sterren of sterrenbeelden bleven meestal gedurende eeuwen onveranderd en worden nu nog net als vroeger gebezigd.
Daar de winternachten lang en soms helder zijn, worden ze ook benut voor het fotograferen van sterren en planeten. Sterrensporen en foto’s, die U de beweging van de maan of van andere planeten aantonen, kunnen verwezenlijkt worden door middel van een doodgewone camera. Voor het fotograferen van vele hemellichamen is een poolas, een motor met uurdrijfwerk nodig, opdat de camera de ster of planeet in werkelijkheid zou kunnen volgen.
( “Natuurgids voor de sterrenhemel in kleuren, op.cit. blz. 82-83)
Nadja zegt: Vandaag is het bewolkt en druilerig. Gisteren was er veel te zien aan de sterrenhemel, ook een mooie maanschijn. Van op de Torenweide, in het Malakoffdomein te Lembeek was er een goede waarneming, in een romantische sfeer, mogelijk.

Interessant, de sterrenhemel is inderdaad vandaag niet zo zichtbaar, al kan je de mooie maan goed zien, ik wist niet dat je nog een avondwandeling maakt of was het van bij je thuis in Lembeek?
AntwortenLöschenNu de sterren betoveren me altijd, vroeger als kind, had ik een kamer op de tweede verdieping, ik hing altijd uit mijn raam om naar de sterren te kijken en zag soms een vallende ster. Was supertof, ik kon er uren naar kijken en in mijn wereldje verdwijnen.
liefs Annick